Het voedingscentrum is nog steeds de autoriteit in Nederland op het gebied van voeding. Vanaf januari 2020 begint het Voedingscentrum met een nieuwe campagne de ‘eetwissel’.

Onze personal trainers doen dit eigenlijk al jaren door de zogenaamde ‘quick wins’; geen compleet uitgeschreven voedingsschema’s maar kijken wat makkelijk inwisselbaar is voor een gezondere keus. Het voedingscentrum kijkt behalve naar de gezondheidswinst ook naar de voordelen voor het milieu.

Eetwissel voor je gezondheid, want: Ham is bewerkt vlees. Dat betekent dat het vlees naar een fabriek is gegaan. Er wordt daar bijvoorbeeld zout aan toegevoegd. Te veel zout is niet gezond. Je kunt er een hoge bloeddruk van krijgen. Als je minder bewerkt vlees eet, dan heb je later minder kans op beroerte, suikerziekte (diabetes type 2), darmkanker en longkanker.

Eetwissel voor het milieu, want: Ham komt van het varken en ei van een kip. Een varken is minder goed voor het milieu dan een kip. Varkens hebben meer land, voer, energie en water nodig. En ze poepen meer dan kippen. Hieronder nog 2 voorbeelden:

 

 

 


Eetwissel voor je gezondheid, want:
Volkoren zit vol vezels. En de voordelen van veel graanvezels zijn enorm:

  • Je kunt er goed van poepen
  • Je hebt minder kans op suikerziekte (diabetes type 2)
  • Je hebt minder kans op hart- en vaatziekten
  • Je hebt minder kans op darmkanker en borstkanker

In ‘witte’ producten zitten nauwelijks vezels. Daardoor heeft je lichaam er veel minder aan.

Eetwissel voor het milieu, want: Als je volkoren eet, dan eet je de hele graankorrel of rijstkorrel. Bij ‘wit’ is het buitenste deel van de graankorrel of rijstkorrel eraf gehaald. Juist in dat deel zitten de vezels. Eet je volkoren, dan verspil je dus niets.

 

 

 


Eetwissel voor je gezondheid, want:
In ontbijtkoek zit vaak veel suiker en in verhouding maar weinig voedingsstoffen. Af en toe een plak koek kan natuurlijk best. Maar je lichaam heeft er weinig aan. Fruit zit wél vol vitamines, mineralen en vezels.

Eetwissel voor het milieu, want: Ontbijtkoek zit vol bewerkte ingrediënten. Al die ingrediënten moeten ergens groeien. In een fabriek maken mensen en machines er koek van. En stoppen ze het in een verpakking. Fabrieken hebben veel invloed op het milieu. Voor fruit is veel minder nodig. Het groeit en als het rijp genoeg is wordt het geplukt. Veel appels en peren groeien in Nederland. Vrachtwagen brengen het fruit naar de winkels. Fruit dat buiten Europa groeit komt meestal met de boot. Een fabriek is niet nodig. Dat scheelt een boel.

Bron: Voedingscentrum